Project rekenmethode

 

De nieuwe rekenmethode

 

De methode Reken Zeker volgt de huidige ontwikkeling die meer nadruk wil leggen op de basisvaardigheden, heldere leerlijnen en duidelijke eindtermen (commissies Meijerink en Dijsselbloem).
De methode combineert verworvenheden van het realistische rekenonderwijs met een door ervaring en traditie geschraagde opbouw van de leerstof.

 

Doelstellingen van de methode

 

Hoofddoel van het rekenen (algemeen):

 

 

Nevendoelen:

 

 

Onderwijskundige uitgangspunten en kenmerken van de methode:

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Opbouw van de methode:

 

De methode houdt voor het rekenen de volgende (gangbare) indeling aan:

 

 

In het voorbereidende rekenen is het belangrijk dat het kind gevarieerde ervaringsmogelijk-heden krijgt aangeboden die passen bij zijn ontwikkelingsniveau (ordenen). Het voorbereidende rekenen is ingebed in de eigen (thematische) werkwijze (programma) van de leerkracht in groep 1 en 2. De leerkracht maakt zijn/haar eigen methode. Wel worden einddoelen met begrippenlijst aangeboden.
De methode begint met het aanvankelijke rekenen in gr. 3. De eerste stappen in de wereld van de symbolen en het werken daarmee worden gezet. Wanneer het kind in gr. 3 in voldoende mate kan werken met de abstracte symbolen, begint het voortgezet rekenen.
De methode bestaat uit 2 delen per leerjaar. Een deel A en B. Alleen groep 8 heeft 3 delen: Na deel 8A kan het kind verder met 8B (herhalingsstof) of met 8C (extra leerstof  voor leerlingen die wat “meer” kunnen).

 

De structuur:

 

  1. Vaste jaarindeling: Tien blokken van 4 lessen. Het eerste en laatste blok zijn herhaling. (Het laatste blok is bedoeld als uitloop van het schooljaar.)

  2. Lesindeling:
    Deel  3A
    (6 taken): Les 1-4: Schrijven van de cijfers en de hoeveelheden daarbij.
    Vanaf les 5: 1x (structuur) getallenrij, 2x optellen met mat. , 2x aftrekken met mat. 1 x herhaling taak 1 t/m 5.
    Vanaf les 13: 2x structuur (getallenrij, splitsen), 2x optellen met mat. , 2x aftrekken met mat.
    Deel 3B, 4A,  4B
    (5 taken): 1x structuur, 3x nieuwe stof  en herhaling, 1x (uitsluitend) herhaling.
    Deel 5A
    (5 taken): Het toepassende rekenen komt er nu bij in taak 4. De indeling is dan:
    Structuur, nieuwe stof , toepassend rekenen, herhaling.
    Deel 5B-8B/8C
    (5 taken): (2x nieuwe stof, hoofdrekenen, toepassend rekenen, herhaling en/of cijferen)

  3. Toetsweek:
    Na de aanbieding van 3 weken leerstof volgt een toetsweek.
    De indeling hiervan is als volgt:

 

Aan het eind van het laatste blok (uitloop) van het schooljaar wordt niet meer getoetst.

  1. De onderdelen geld, meten en tijd komen in vaste blokken van 4 lessen aan de orde:
    lessen 13, 14, 15 en 16 (toets) en lessen 29, 30, 31 en 32( toets)

 

Rekenonderdelen :

 

In het rekenen werken we met de volgende onderdelen:

 

  1. Structuur
  2. Optellen
  3. Aftrekken
  4. Vermenigvuldigen
  5. Delen
  6. Geld
  7. Meten
  8. Tijd
  9. Breuken
  10. Procenten
  11. Grafieken
  12. Verhoudingen / Schaalbegrip

 

Bij de doelstelling op de volgende bladzijden geven we het einddoel (= streefdoel).

 

doelstellingen
(per groep)

groep 3

groep 4

groep 5

1. Structuur

 

getallenrij tot 20
splitsen tot 20

getallenrij tot  100
Splitsen tot 100
Even en oneven

getallenrij tot 5000
spitsen tot 1000
b.v. 800=   650 en 150

2. Optellen

 

t/m 20
geautomatiseerd

t/m 100
geautomatiseerd

t/m 1000
hoofdrekenend met tien-tallen (650+ 140=)
cijferend

3. Aftrekken

 

t/m 20
geautomatiseerd

t/m 100
geautomatiseerd

t/m 1000
hoofdrekenend met tien-
tallen (650-140=)
cijferend

4. Vermenig-
    vuldigen

 

 

Aan leren van de
tafels van verm.
1 t/m 10 en
automatiseren

Herhalen tafels 1-10
(automatiseren)
cijferen:    28
                 12x

5. Delen

 

 

leren verdelen

deeltafels 1-10
ook met rest
45 : 8 = 5 r. 5

6. Geld

 

rekenen met met mun-ten van 1, 2 , 5, 10 en
20 cent.
tot 20 cent

rekenen met de munten
van 1, 2, 5, 10, 20, 50 en
100 cent (=1 euro)

rekenen met munten en biljetten t/m € 10,-

7. Meten

 

Van natuurlijke maten
naar vaste maten:
cm, liter, kilogram

cm en dm tot m.
l., dl, cl.
kg, hg.

mm, cm, dm, m.
omtrek, opp. (voorber.)
kg, hg, gr.
l., dl, cl, ml.

8. Tijd

 

Hele en halve uren

Hele en halve uren
kwartieren
week, jaar, maand
(kalender)

hele, halve uren
kwartieren en minuten

9. Breuken
 

 

 

 

De helft.

10. Procenten

 

 

 

 

11. Grafieken

 

Beeldgrafiek: samen
noteren van dingen uit
het dagelijks leven.

Eenvoudige lijn-, staaf-
en cirkelgrafieken

Zie groep 2

12. Schaalbegrip

 

 

 

 

 

 

vervolg doelstellingen

Groep 6

Groep 7

Groep 8

1. Structuur

 

tot 10.000
getallenlijn met breu-
ken

tot 1.000.000
getallenlijn met gewone
en decimale breuken.
negatieve getallen

tot miljard
afronden
computerregel
priemgetallen

2. Optellen

 

met ronde getallen
tot 10.000.
cijferen

met ronde getallen
tot 1.000.000
cijferen met decimalen

met ronde getallen
tot 1 miljard
herh. en verdieping.

3. Aftrekken

 

met ronde getallen
onder 10.000
cijferen

met ronde getallen
onder 1.000.000
cijferen met decimalen

met ronde getallen
tot 1 miljard
Herh.en verd.

4. Vermenig-

    vudigen

 

       207
         34x

         283
         283x

idem met dec. getallen

met ronde getallen
tot 1 miljard
Herhaling en verdieping

5. Delen

 

      41/881\ ..

        136/9675\….

idem met dec. getallen

Herh. en verdieping
voorafgaande leerjaren

6. Geld

 

alle munten en biljetten
alle hoofdbewerkingen
tot € 10.000

cijferen met geld
Inkoop/W./V. Verkoop
Korting

afronden hele getallen
afronden decimalen

7. Meten

mm t/m km
gr. – kg  - liter
omtrek en oppervlakte

Hele Metriek stelsel:
mm tot km, ml tot kl
mg tot kg, oppervlakte,
inhoud

Het kunnen hanteren
van het totale schema
van het metriekstelsel.

8. Tijd

 

seconden, eeuw
24-uurstijd

Verdieping gr. 6 +
Romeinse cijfers
lustrum/decennium/
eeuw/ millenium

Herhaling en verdieping
van voorafgaande
leerjaren

9. Breuken
   

 

2 ¾ + 1 ¾  =
1 ¼ -   ¾  =
6 x ¼  =
¾  : 3 =

vereenvoudigen
gelijknamig maken
verm. 2 ¼ x 5 ¾ =
delen :5 ¾ : 2 ¼  =

Herleiden van breuken
6,75 = 6 ¾
breuk – deling
herh. en verdieping gr. 7

10. Procenten

 

 

gewone procenten
breukprocenten (dec.)
merkwaardige proc.

 

11. Grafieken

 

beeldgrafiek
lijngrafiek
staafgrafiek

Grafieken en procenten

Herhaling groep 7.

12. Schaalbegrip
      Verhoudingen

 

schaalbegrip
kaarten met div. schalen

Verhoudingen
Herh. en verd.
kaarten met div. schalen.

 

 

Verrijkingsstof in de 2e helft van groep 8:

 

In de 2e helft van groep 8 biedt de methode 2 delen:

 

Dit laatste deeltje is bestemd voor leerlingen die nog graag een extra uitdaging aangaan.
Naast de herhaling van de basisstof komt in dit deeltje de volgende onderwerpen aan de orde:
Priemgetallen, ontbinden in factoren, grootste gemeenschappelijke deler, kleinste gemeenschappelijke veelvoud, criteria voor deelbaarheid, eenvoudige machten en wortels, getallenpatronen en getallenrijen, verband tussen breuken en repeterende decimale  breuken, rekenen met letters, volgorde van bewerkingen, eenvoudige meetkunde in het vlak met oppervlakte en omtrek van driehoeken / bijzondere vierhoeken /cirkels / kubus / cilinder, stelling van Pythagoras.

Materialen die nodig zijn bij de methode:

 

 

Gebruik zakrekenmachine:

 

De zakrekenmachine is niet meer weg te denken uit onze samenleving. De school zal daar op een verantwoorde wijze mee om moeten gaan. De zakrekenmachine kan dan ingezet worden wanneer een rekenvaardigheid door de kinderen -zonder rekenmachine- goed wordt beheerst. In de methode wordt in de groepen 7 en 8 het gebruik van de zakrekenmachine aangegeven. Dit ter voorkoming van een achteruitgang van de cijfervaardigheid.

 

Toetsing en beoordeling:

 

In iedere 4e les is zit één of twee toetsen. Naast de introductietoetsen is dat nog 8x per jaar. De toetsen hebben een tweeledig doel:

 

  1. De leerkracht kan zien in welke mate de leerling zich de aangeboden stof "eigen" heeft gemaakt.
  2. De toets(en) vormen het uitgangspunt voor de beoordeling naar kind en ouders (rapportage).

 

De toets(en) worden voorafgegaan door een taak (taak 1) waarin alle rekenstof nog eens aan de orde komt. Hierdoor kunnen (bijna) alle kinderen detoets(en) zelfstandig maken.
Wij houden voor de beoordeling per onderdeel de volgende maatstaven aan:

 

80 % of meer goed

:

voldoende beheersing van de stof

60 tot 80 %  goed

:

twijfelachtige beheersing van de stof

60 % goed

:

onvoldoende beheersing van de stof

 

De kinderen met voldoende beheersing gaan na de toetsing verrijkingsstof maken. (Uit de methode of door leerkracht zelf aangedragen.)
De kinderen met twijfelachtige of onvoldoende beheersing gaan herhalingsstof doen. (Uit de methode of door de leerkracht zelf aangedragen.)
Vanaf deel 5B wordt het hoofdrekenen en het toepassende rekenen in een aparte taak getoetst.
De toets van het hoofdrekenen bestaat uit 20 opgaven en bij het toepassende rekenen uit 7 opgaven.
Herhalingsstof en verrijkingsstof wordt alleen toegepast bij de basisstof. Niet bij het hoofdrekenen en het toepassende rekenen.
De bedoeling van de herhaling is, dat een aantal kinderen in de klas de basisstof nog eens extra uitgelegd krijgt. Daarna gaat de methode verder. In de volgende blokken wordt deze stof nog voldoende herhaald.

 

Registratie van toetsgegevens:

 

Het is van belang dat de registratie van de toetsgegevens efficiënt gebeurt.
Dat kan met kleuren, woorden, cijfers of een combinatie daarvan.
Iedere school kiest vaak zijn eigen systeem.

 

Wij gaan uit van de kleuren:

 

Groen

:

voldoende

Geel

:

twijfelachtig

Rood

:

onvoldoende

 

De namen van de leerlingen staan onder elkaar. Door de rondjes behorende bij de toets
te kleuren, kan de leerkracht in één opslag zien hoe het resultaat is.
Vertikaal geeft het resultaat van de groep aan.
Horizontaal geeft het resultaat van de leerling(en) aan.

 

Enkele praktische opmerkingen over het werken met de methode:

 

De methode bestaat uit 40 lessen per leerjaar verdeeld over 20 lessen per deel.
Dit houdt in dat er gemiddeld per week één les aan de orde komt.
De eerste 3 lessen van ieder nieuw leerjaar bestaat uit herhaling van het voorafgaande leerjaar. Deze 3 lessen worden afgesloten met een toetsweek.
Daarna gaat de methode verder met de nieuwe leerstof.

 

Voor het eerste blok bestaan meerdere werkwijzen:

 

 

In de praktijk zal dikwijls blijken, dat de herhalingslessen aan het begin van een schooljaar
zeer noodzakelijk zijn.

 

Na les 36 wordt er niet meer getoetst. De lessen 37 t/m 40 zijn bedoeld als uitloop. In de praktijk vallen in een schooljaar van 40 schoolweken altijd een aantal lessen uit i.v.m.
toetsing (cito) en ander schoolactiviteiten. Tijdens het laatste blok kunnen de kinderen zelfstandig werken. Ook is het mogelijk een keuze te maken uit de oefenstof.

 

De herhalingstaken (taak 5) en de hoofdrekentaken (taak 3) lenen zich uitermate voor gebruik in “blokuren” waarbij kinderen ook taken van andere vakken moeten maken.
Ook is door de opzet van de methode een verdeling van lessen over meerdere leerkrachten zeer goed te hanteren. B.v. een leerkracht die in de bovenbouw 2 dagen voor een groep staat
kan taak 3 en 4 voor zijn/haar rekening nemen. De andere leerkracht met 3 dagen is hoofdver-antwoordelijk en doet de taken 1, 2 en 5. Een andere verdeling is ook mogelijk.

 

Arjen de Vries en Piet Terpstra