Alternatieve kennisbasis Rekenen en Wiskunde voor de pabo
Op 7 december 2009 heeft de HBO-raad een Kennisbasis rekenen-wiskunde voor de pabo gepresenteerd. Deze kennisbasis is opgesteld door een team van vijf auteurs uit de projecten ELWIeR en PANAMA. Het document heeft onder meer tot doel de vereiste kennis voor rekenen en wiskunde aan het eind van de pabo-opleidiing vast te leggen. De opdrachtgever en subsidieverstrekker van het kennisproject was het ministerie van OCW; penvoerder, en dus verantwoordelijk voor de uitvoering, was de HBO-raad. Uitgangspunt bij de constructie van de verschillende kennisbases voor de lerarenopleidingen vormt de nota Krachtig meesterschap - kwaliteitsagenda voor het opleiden van leraren 2008-2011 (OCW, 2008) van staatssecretaris Marja van Bijsterveldt van OCW.
De Stichting Goed Rekenonderwijs heeft fundamentele bezwaren tegen de inhoud van de gepresenteerde kennisbasis rekenen-wiskunde. Voorbijgaand aan de aanbevelingen van de commissie Dijsselbloem, die onder meer behelzen dat er in het onderwijs een duidelijke scheiding behoort te zijn tussen het 'wat', de objectieve, feitelijke inhoud van de leerstof, en het 'hoe', de subjectieve, didactische manier waarop onderwijsgevenden hun kennis op leerlingen en studenten overbrengen (waarbij de rol van de overheid zich dient te beperken tot het 'wat'), hebben de opstellers van deze kennisbasis een document geproduceerd waarin geen sprake is van een dergelijke scheiding. Het zicht op de inhoud van het vak rekenen en wiskunde op de pabo wordt grotendeels verduisterd door een overvloed aan didactische aanwijzingen en standpunten die allemaal een onmiskenbare signatuur hebben, namelijk die van het 'realistisch reken- en wiskundeonderwijs', een didactische ideologie waarvan de uitgangspunten in het document in extenso beschreven worden.
Door deze aanpak heeft de kennisbasis eerder het karakter gekregen van een didactisch handboek realistisch rekenen voor de basisschool, dan van een objectieve beschrijving van de kennis en vaardigheden waarover de pabo-studenten aan het einde van hun opleiding moeten beschikken. Aldus schiet het document ernstig tekort in het realiseren van zijn primaire doelstelling: het op een heldere en objectief toetsbare wijze vastleggen van de kennis op het gebied van rekenen en wiskunde die tijdens de pabo-opleiding verworven moet worden.
In overeenstemming met haar doelstellingen heeft de Stichting Goed Rekenonderwijs een schets voor een alternatieve kennisbasis rekenen en wiskunde voor de pabo opgesteld die zij hierbij presenteert. In dit document wordt een inhoudelijke beschrijving gegeven van een onderwijsprogramma rekenen en wiskunde zoals dat in de visie van de stichting voor de pabo’s landelijk zou moeten worden ingevoerd. Aansluitend op deze alternatieve kennisbasis kunnen zonder enig probleem gezamenlijke eindtermen en eindtoetsen/examens voor alle pabo's worden ontwikkeld. Met instemming constateert de stichting dat de nota Krachtig meesterschap ervanuit gaat dat er centrale eindexamens rekenen en wiskunde komen voor de pabo. Daarbij acht de stichting het van groot belang dat er bij die examens geen rekenmachine wordt toegestaan omdat anders de voor toekomstige basisschooldocenten vereiste rekenvaardigheid niet kan worden getoetst.